Gepubliceerd in: Étapes: 142 Maart 2007, Pyramid éditions, Paris
Het gras is altijd groener aan de andere kant. Telkens weer hoor ik Franse ontwerpers de Nederlandse ontwerppraktijk idealiseren.
Ja, het is waar dat Nederland een rijke traditie in het ontwerpen heeft. Maar de canon rust zo zwaar op ons dat het nieuwe ontwikkelingen meer in de weg zit dan dat het een zinvol kader verschaft. De huidige situatie van ontwerpen in Nederland is niet overeenkomstig het cliché-beeld dat er bij jullie van bestaat. Dutch Design blijkt in elk geval een ijzersterk exportprodukt. Maar de plekken die van oudsher symbool staan voor de rijke ontwerptraditie herkennen dat zelf nog maar nauwelijks of komen niet veel verder dan nationalistische clichés. Toch zegt Pierre Bernard: "Ja, wij hebben een paar mooie bloemen, maar jullie een hele tuin." Dit essay gaat over wij en jullie, of wij jullie aan het worden zijn, en wie wij zijn.
Uw jalourse blik begint ook wel misvormt te raken. Ons nationaal orakel Johan Cruijff beweert zowat wekelijks in voetbalanalyses dat "elk voordeel een nadeel hebt". Hij doelt daarmee op de wet van de remmende voorsprong, die zeker opgaat voor Dutch Design. Nederland is veranderd en heeft in de politieke moord op Pim Fortuyn z'n maatschappelijke onschuld verloren. Aan de nieuwe maatschappelijke constellatie heeft de ontwerppraktijk zich nog maar amper aangepast. De voorsprong leeft voort als een geschiedenisboek, maar wat zijn beloftevolle voorbeelden van herinvestering? En moeten we die dan zien als voorbeelden van een Nederlandse praktijk? Wanneer er in Frankrijk een georganiseerde en in de cultuurpolitiek verankerde ontwerppraktijk ontbreekt, wat kunnen wij daarin van jullie leren? Wat is jullie nadeel, dat voor ons een voordeel kan zijn?
In recent years public services have developed into a market-player. Public services such as the media, energy, health care, social welfare and cultural institutions have become increasingly detached from the ideal of the common good. The policies relating to the various spheres of public life are no longer oriented towards their original reason for being. They have become increasingly concerned with the ideals of the market –characterized by a growing obsession with efficiency and a return-on-investment.
In this new context, whereby strategies from the market are being put into place within the public domain, citizens become consumers – they are addressed as consumers and increasingly respond as consumers.
Collective memory, the sharing of history and place, and all others characteristics of a well functioning society, seem now to be out of step with the mission statements of these Quangos (1) and other executives of the public domain.
In het laatste nummer van METROPOLIS M staat een aantal artikelen over design. Lovenswaardig, want er wordt niet heel veel geschreven over design. Maar ook verwarrend, omdat ze bij elkaar een nogal een eenzijdig beeld van ontwerpen geven, met een nadruk op formalistisch ontwerp. In het ene artikel wordt dit bekritiseerd, in het andere juist weer gewaardeerd. Deze schijnbare tegenstellingen vullen elkaar eerder aan dan dat ze elkaar als friendly enemies bevechten. (1)
Ontwerpproductie, -kritiek, -reflectie en -beleid opereren in dezelfde richting. Zij treden op in het gezamenlijke project, zoals beschreven in False Flat en bekritiseerd door Domeniek Ruyters. Maar vervolgens doet METROPOLIS M precies dat: alles scharen onder een noemer. Wat moeten wij hieruit opmaken? Dat METROPOLIS M - zonder dat het er erg in heeft - fungeert als doorgeefluik voor een agenda die het zelf tracht te ontrafelen?
In dit artikel wordt een elektronisch buurtprikbord geduid in relatie tot opvattingen over openbare ruimte. Hoe verhoudt een simpele wijkwebsite zich tot theorieën over democratie en openbaarheid, over gemeenschapsvorming en burgers? Moet een dergelijk digitaal initiatief als potentiële bron van engagement, als illustratrie van de democratische cultuur, worden gezien, of eerder als een particulier initiatief dat vooral tot doel heeft een locale gemeenschap te vormen waaruit geen algemene politieke conclusies getrokken kunnen worden?
In het ontwerpen ben ik altijd op zoek geweest naar het ontwerpen als betekenisgever, de laatste tijd plaats ik daar steeds meer vraagtekens bij.
Aan de hand van 4 punten beschrijf ik een inzicht rondom een veranderend ontwerpen.
1 waardering voor chaos en experiment
2 het counter beeld
3 tegenwoordigheid ipv vertegenwoordiging
4 democratisering van design
Conference paper
Transakzio Denbora: The Timing of transaction
Summit of Donostia/San Sebastian
organized by Arteleku and Consonni
Discussing design matters in San Sebastian. What design? Which San Sebastian? The office for Tele(communication), Historicity & Mobility is a design network based in Rotterdam. We thought we were creating public identity programms for cultural manifestations and local policies. Soon questions about identity and different notions of public became points of investigation in the projects. How can we think of one identity? Is it still valid to think in terms of identities? Who is the public? And why do we think these people are interested in our (the policymakers’, the designers’) ideas.
Since 2000 TEAM TCHM developed an hybrid practice in design, writing and research.
Out of an interest for communities, communication and the public domain TEAM TCHM develops strategies, designs information and organizes communication.