Have it Your Way
Ben Laloua, 30 September 2004

 

In het ontwerpen ben ik altijd op zoek geweest naar het ontwerpen als betekenisgever, de laatste tijd plaats ik daar steeds meer vraagtekens bij.
Aan de hand van 4 punten beschrijf ik een inzicht rondom een veranderend ontwerpen.
1 waardering voor chaos en experiment
2 het counter beeld
3 tegenwoordigheid ipv vertegenwoordiging
4 democratisering van design

1. Waardering voor CHAOS en EXPERIMENT

Waardering en begrip voor chaos, complexiteit, tijdelijkheid, wanorde, context en connectiviteit betekent het onderkennen van urbane processen en globalisering, zoals een veranderend begrip van natie, nieuw gebruik van de openbare ruimte, de controle en conditionering van de media. Dit heeft zijn weerslag op iedere vorm van reflexief en conceptmatig ontwerpen.
De chaotische werkelijkheid en bijbehorende contradicties dienen omarmd te worden vanuit een intellectueel en innoverend perspectief om zo op een open en betekenisvolle manier te ontwerpen.

Grafisch ontwerpen als culturele praktijk bied een grote vrijplaats zolang inhoud gezien wordt als experimenteel in plaats van een hoeveelheid informatie.

De socioloog Scott Lash zegt in een interview met Arjen Mulder: ‘Ja we kijken naar iets experimenteels, iets dat ervaren wordt en niet direct waargenomen. Wie heeft er ooit een communicatie gezien? Wie heeft er ooit een deel van informatie gezien?’

Dit is een verassend en spannend uitgangspunt, hiermee wordt alles op scherp gezet en is het idee van controle en beheersing los gelaten. Waarneming en perceptie staan nu tegenover de ervaring. Met het opdoen van de ervaring wordt een grotere mate van intensiteit en emotie bereikt.
De media nodigen ons uit om de momenten van je leven te vieren met de schijn eenwording van product en spektakel, dit speelt zich op elementair niveau af.
Het publiek keert zich daar van af. Voorbeelden hiervan zijn het organiseren en deelnemen aan Flash-mobs of Rave party's deze kunnen gezien worden als een teken van verzet en verlangen naar andere vormen van interactie en uitwisseling.

Vraag is of de ontwerper met statische middelen tot zijn beschikking deze zelfde mate van intensiteit kan bereiken.

2. Het COUNTER BEELD

Collectieve beelden worden beheerd en geactiveerd door de markt en de media. Door hun alomtegenwoordigheid lijken zij oppermachtig, maar zoals ieder systeem en zijn representatie zijn zij vergeven van barsten en ruimtes.
De eerste ruimte is naar mijn idee dat het dagelijks leven veel meer is geformeerd rondom immaterialiteit en vertellingen. Dit is een rijke en gekleurde wereld waarin diversiteit en individualiteit voorop staan. Dit is wat door de ontwerper aangesproken moet worden.
De tweede ruimte is dat de samenleving een verzameling is van marginaliteiten en subculturen. Deze subculturen brengen hun eigen iconografie en begrippen apparaat in, waardoor er een nieuwe beeldtaal ontstaat. Deze irrationele en emotionele iconografie is interessant omdat daarmee een volwassen taal die frivool en prikkelend is ontstaat. Bovenal is deze beeldtaal verwant aan menselijk gedrag.

Aan de hand van deze twee ruimtes is het mogelijk het bevragen van het sociale te voorzien van een vorm die fictief en fantasievol is en tegelijkertijd dicht tegen het dagelijks leven aan ligt. Dit hoeft zich niet te manifesteren als oppositionerend zoals bijvoorbeeld het tijdschrift Adbusters of de documentaire Fahrenheit 9/11.

Ik noem dit het counter beeld, een beeld dat open is, verrijkend, verwant aan een narratieve structuur, irrationeel en frivool. Het counter beeld is het beginpunt van een interactie. Het beschouwd de openbare ruimte als platform waar op een belangeloze manier ideeën en situaties over het voetlicht worden gebracht. Het roept eerder een emotie op of creëert een ervaring dan dat het aanzet tot een handeling (bijvoorbeeld consumeren).

3 TEGENWOORDIGHEID i.p.v. VERTEGENWOORDIGING
Door fusies, transformatie processen en fragmentatie van organisaties en gemeenschappen is het idee van representatie veranderd. Grafisch ontwerpen is nu het vehikel van aanwezigheid terwijl dit eerder de representatie was. Het principe dat iedere vorm gerelateerd is aan de inhoud behoord tot het verleden. De prioriteit van de opdracht het ontwerp en het object ligt bij de impact en de aandacht die zij opeist. Dit genereert een nieuw paradigma voor het ontwerpen.
In de cultuur van aanwezigheid geldt DESIGN=DASEIN*
*Design=Dasein is een citaat van de filosoof Henk Oosterling
Het ontwerpen is hierdoor verschoven van sociaal naar strategisch en van persoonlijk naar economisch.

Dit scenario heeft als positief element dat elk ontwerp flexibel is in zijn betekenistoekenning. Tevens sluit het de pretentie uit dat het ontwerp een zekere morele of ethische waarde wil opleggen of toekennen.
Dit werkt bevrijdend.
Het ontwerpen kan nu immaterieel, vluchtig en flexibel zijn en voortdurend veranderen.*
*Als voorbeeld wil ik het atelier Bow-Wow noemen. Dit architectuur bureau gevestigd in Tokyo, documenteert o.a. de bijproducten in een stedelijk gebied, (gepubliceerd in Pet Architecture Guidebook en Made in Tokyo). Als aanvulling op deze documentatie maken zij eigen ontwerp voorstellen, ingegeven door openbaarheid en context.

4 DEMOCRATISERING VAN DESIGN
Het begrip design is van een elitair perspectief (dat stond voor nuancering, vrijheid, engagement en goede smaak) verschoven naar een bereikbaar perspectief van het grote publiek. Deze democratisering komt tot stand door twee bewegingen. De eerste is door het bereikbare aanbod van grote ketens (in de vorm van popularisering van het origineel (IKEA) of kleur advies (GAMMA)). De tweede observatie is dat iedere gebruiker zijn eigen producent van design is.
Via eenvoudige bereikbare technologie en de goedkope infrastructuur van het net vinden vormen van agitatie snel hun weg (photo fucking). Via web logs is iedere auteur zijn eigen uitgever geworden. De architect ontwerpt zijn eigen boek, de vakantiefoto wordt postzegel.*

*Deze ontwikkeling is niet voorbehouden aan het design alleen, maar vind plaats in alle gelederen van de samenleving. Het is gebaseerd op een groot vertrouwen in het eigen kunnen, het wantrouwen van de professional maar zeker ook een ambitieuze gooi naar de ogenschijnlijke lucratieve positie van de professional. De huis tuin en keuken politiek van de LPF is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar meer recent is de oproep tot terugtrekking van de troepen door familieleden van in Irak gelegerde soldaten na een tweede slachtoffer. Ook kan als voorbeeld genoemd worden het aanbieden van melodramatische incest verhalen klaar voor publicatie of verfilming etc. Iedere vorm van nuancering is uitgesloten, er wordt snel en doelmatig gestreden om de gunst van de media.

Dit lijkt het werkterrein van de professional in te perken, naar mijn idee bied deze ontwikkeling juist de mogelijkheid het interessanter en ruimer te interpreteren.

De ontwerper hoeft zich nu niet meer met voorheen bepalende elementen uiteen te zetten. Ik noem er twee. 1)De techniek; het organiseren van informatie wordt gestructureerd door software van o.a. Microsoft, daardoor zijn de formele aspecten voor iedereen te leren, iedereen kan het met een pentium processor.
2)De betekenis; doordat design mainstream is geworden (ieder centrum heeft immers zijn eigen Design Dock), is de functie van design als betekenisgever verwaterd.
Daardoor verschuift het domein van de ontwerper van vaardigheid naar inzicht.
Er ontstaat een nieuwe ruimte. Ontwerpers worden ontwikkelaars van ideeën. Zij zijn de producent van informatie, verschillende inhouden worden zelf gegenereerd door allianties.
Deze zelf gekozen allianties zijn het werkterrein van de ontwerper.
Waar voorheen de ambitie en het verlangen van de ontwerper lag om aan tafel te zitten bij de instituten, biedt de zelf gekozen alliantie als werkterrein meer perspectief voor het ontwerpen en de ontwerper.
Het ontwerpen is daardoor geen doel op zich, het is een medium om ideeën te ontwikkelen en te verbeelden.
Deze vorm van ontwerpen opereert naast die van het establishment. Zij bied ruimte voor metafysische, intellectuele en esthetische opvattingen.
Zij kan opgaan in het sociale i.p.v. dit te becommentariëren of te ironiseren. Deze vorm is optimistisch en een alternatief voor retoriek.

---------------------
Ben Laloua/Didier Pascal
Aug. 2004



 
WE AGREE TO DISAGREE
PLEASE NO PACIFYING CONSENSUS
feel free to add your comments











Remember personal info?