re: strategie van angst
Dennis Kaspori, 15 January 2004

 

Ik kan mij helemaal vinden in de opmerking van Daniel over marketingstrategieën gebaseerd op angst. Er heerst op dit moment een terreur van segregatie die wordt ingegeven door deze angst. De angst van overheid die nauwelijks nog een mandaat heeft en een markt die in economisch onzekere tijden kiest voor risicobeperking. Dit leidt tot een patstelling tussen overheid en markt waarbij ze elkaar de zwarte piet proberen toe te schuiven (zorg, woningbouw) of tot een opmerkelijke samensmelting van deze twee tot ongrijpbare quango's (energie, infrastructuur). Helaas is er in dit proces geen lachende derde, want lachen (of een andere vorm van zelfbeschikking) wordt ook al niet meer toegestaan.

Vooruitziendheid wordt ingeruild voor een krampachtige verdediging van belangen. Ontwerpen wordt ingezet als charme-offensief (de bladeren op de rails campagne) en wordt daarmee volledig instrumenteel. Ontwerpen is een vorm van prozac (designer drug!) geworden. Net zoals de overheid de kwaliteit van xtc test op dance feesten checkt zij vantevoren de kwaliteit van architectuur door middel van welstandscommissies.

Deze segregatie zien we momenteel op allerlei fronten terug en is uiteindelijk hetgeen wat iedere vorm van publiek domein onmogelijk maakt. In het ruimtelijk beleid zien we deze segregatie terug in het steeds verder scheiden van bevolkingsgroepen en stedelijke functies. Alles wordt uit elkaar getrokken om het beheersbaar te houden.

Maar architectuur gaat juist om het ontwikkelen van fysieke structuren waarbinnen wij kunnen samenleven. Stedenbouw betekent het ontwikkelen van plaatsen waar mensen en functies elkaar kunnen ontmoeten. Vormgeving betekent het op gang brengen van een communicatieproces waarbinnen
ideeën kunnen worden uitgewisseld. Dat is de publieke functie van de ontwerpende disciplines. Het publieke domein veronderstelt spontaniteit, ontmoeting en wederkerigheid.

Ontwerpers gaan vreemdgenoeg mee in de verkwanseling van dit publieke domein. Ontwerpen is een doorgeefluik geworden, het aanleveren van een verpakking voor een voorgekookte boodschap. Er lijkt een soort autisme bij ontwerpers te heersen. Ze zijn totaal wars van wat er om hen heen gebeurt en sluiten zichzelf steeds verder op in een binnenwereld (daar refereerde Daniel ook al naar) die steeds lolliger en uitbundiger moet worden om die zogenaamde boze buitenwereld buiten te houden.